Hoe een bezoekje aan de ‘baño’(WC) resulteert in de duurste en meest bizarre rit naar Baños.

In Colombia had ik eens een gesprek met een reiziger die me vroeg of ik mijn laptop tijdens busritten in mijn ‘grote’ of ‘kleine’ backpack bewaar. Zonder twijfel in mijn ‘kleine daypack’, was mijn antwoord. Jij niet dan? Nope, hij stopte zijn computer altijd in de grote tas, die normaliter het bagageruim in gaat. Volgens hem was het risico om je laptop kwijt te raken dan minder groot. Daarin heb je wellicht een punt. Het ding is alleen dat, zodra de tas in het ruim ligt je zelf alle invloed kwijt bent. Ik weet niet, dan heb ik ‘m toch liever dichtbij me. Tijdens de twaalf uur durende reis, met 3 overstappunten, van de Ecuadoraanse kust naar de bergen van Baños krijg ik bevestigd waarom ik never nooit niet mijn laptop in het bagageruim van een bus zou stoppen.

Van beach naar bergen

Na een maand op een geweldige work-away-spot in San Clemente gewoond te hebben, verruil ik de flip-flop-lifestyle voor frisse berglucht. Op zaterdagavond neem ik in de plaatselijke discotheek (lees disco-schuur) onder het genot van de nodige reggaeton en salsa afscheid van mijn local- en mede-volunteerfriends. Na enkel vier uurtjes slaap zit ik zondagochtend 7:00 uur sharp in de eerste bus. San Clemente – Rocafuerte – Santa Domingo – Ambato – Baños it is. Elke keer zodra ik mezelf in de juiste bus gestationeerd heb en we al hobbelend op weg zijn naar het volgende overstappunt, vallen mn ogen dicht. Iets met stapavond gecombineerd met rijdend voertuig, of is het de leeftijd? Aan slaap in ieder geval geen gebrek deze dag;)

Baño(s)

Ter hoogte van Latacunga wordt mijn diepe rust echter abrupt verstoord als er een man de bus in komt stormen en schreeuwt “Baños, Baños, Bañoooooooos”. Klaarblijkelijk kan ik hier overstappen op een bus die direct zijn weg naar Baños vervolgt. Oké, chill dan hoef ik dat niet meer in Ambato te doen. De beste man, welke de bijrijder blijkt te zijn, haalt mijn grote backpack uit het ruim en verplaatst deze naar de andere bus. Mijn daypack houd ik, nonchie doch volledig alert zoals altijd, dichtbij me. Ik ben amper binnen of de bus rijd al. Prima, nog zo’n twee uur en dan zijn we er. Ik moet inmiddels wel onwijs nodig naar de wc. Als de bus stopt bij een kleine halte twijfel ik dan ook geen moment en vraag aan de bijrijder van zonet of het mogelijk is om gebruik te maken van het toilet. Terwijl ik hem recht in de ogen kijk, loopt er een rilling over m’n rug. Niet zo één van ‘hmm-hoe-zou-hij-zijn-koffie-drinken-in-de-ochtend’, maar meer eentje in de categorie ‘dit-is-géén-zuivere-koffie’. Ik hoor mezelf dan ook hardop vragen: Me recuerdas, que no te vas?! (Je herkent me, dat je niet weg rijdt he) Dit vraag ik normaal nooit. Iets met gutfeeling?! Hoe dan ook, hij zegt “jahoor, geen probleem” en ik haast me naar de ‘baño’ (WC) waar een rij staat. Zo snel mogelijk als kan, sta ik weer buiten, maar je kan wel invullen whats gebeurt: bus weg!

Vin Die(is)s(n)el

Verbazingwekkend genoeg ben ik de rust zelve en fully focused. De wachtende locals die me de bus uit hebben zien komen, zijn er meer gestresst over dan ik. Ik vraag ze direct hoe laat de volgende bus naar Baños gaat. Over een uur. Oké, dat is niet handig, gezien ze maar vijf tot tien minuten op de terminals wachten. Taxi dan maar.
De eerste beste chauffeur leg ik razendsnel de situatie uit en hop achterin. Zie je me al zitten op het puntje van de achterbank, armen om de bijrijdersstoel en mijn hoofd zowat boven de versnellingspook, alsof ie daar harder van gaat rijden. Hoe zag de bus er uit? Welke organisatie? Welke kleur? vraagt de sjoof al plank-gassend. Tja, uh… goeie vragen allemaal. Normaal weet ik dat exact, maar omdat de wisseltruc ter hoogte van Latacunga zo onverwacht uit het niets kwam, heb ik werkelijk waar geen idee. Ik weet nog wel hoe de voorkant eruit zag. En de bijrijders-man herken ik ook uit duizenden.
Als een gek racet hij achter elke bus aan en halen we er zeker een vijftiental in. Geen van allen was het.. Damn hoeveel verschillende bussen zijn er wel niet?! Hoeveel verschillende routes zijn er? Hoe bizar. Het zal toch niet…

Catch me if you can?

Met mijn daypack, inclusief laptop, dankbaar naast me op de achterbank, denk ik aan vriendinnetje Annemiek die onlangs in Panama volgens het “Catch me if you can”-filmscenario midden in de nacht beroofd is door een vreemde vent die ineens naast haar hostel-bed stond. Als het mij dan ook overkomt, dan toch liever via deze Fast-and-the-Furious-variant.

Ik denk terug aan het wie-ben-je-als-je-niets-hebt-fenomeen. Ook kijk ik naar mijn kleding. Dit is het misschien wel waar ik het voor nu even mee moet doen. Wat ben ik blij dat ik in ieder geval mijn fijnst zittende BH aangedaan heb vanmorgen. Het is maar waar je aan denkt op zo’n moment:)

Buscounter scene

Aangekomen in Baños en veel te veel dollars lichter, baan ik me een weg door de terminal. Tja, ga nu maar eens op zoek naar de juiste busorganisatie. De taxirit heeft mijn adrenaline-niveau flink opgeschroefd en binnen no time heb ik verschillende mensen in vloeiend spaans de situatie uitgelegd. (Lees: wil je een taal goed spreken? Stap in een taxi aka raceauto en het taalcentrum in je hersenen staat op scherp) Er zijn direct wat gasten die me te hulp schieten en navraag doen bij de verschillende buscounters. Of er ergens een verdwaalde backpack van een gringo is achtergebleven.. niemand komt met resultaat.. tja what are the odds in een land als Ecuador… totdat ik op een gegeven moment tussen de Ecuadoraanse mensenmassa een bekend gezicht zie. Dat is die damn bijrijders-kerel. Met een inmiddels verdubbeld aantal aangehaakte medestanders kan de beste man niets anders dan mijn weggemoffelde backpack te voorschijn halen.

Wat een bezoekje aan ‘de baño’ al niet aan blog-materiaal kan opleveren. Waar zou jij je laptop bewaren?